NEUROLOGIE

Een score van 13 op de Glasgow-comaschaal: matig-ernstig of licht traumatisch hoofdletsel?

TNN - jaargang 122, nummer 5, september 2021

dr. G. Hageman , dr. J. Nihom

SAMENVATTING

Bij de oorspronkelijke Glasgow-comaschaal werden patiënten met een score van 13 (GCS 13) ingedeeld in de categorie matig-ernstig traumatisch hoofdletsel. Sinds 2001 wordt een GCS-score van 13 gerekend tot de categorie licht traumatisch hoofdletsel. In dit artikel wordt ingegaan op het klinisch beeld en het beloop, CT-afwijkingen, ziekenhuisopname, neurochirurgische interventie en mortaliteit bij de groep patiënten met een GCS-score 13. Patiënten met een score van 13 hebben vaker dan degenen met een score van 14–15 een doorgemaakte bewustzijnsstoornis of een posttraumatische amnesie. Patiënten met een GCS-score 13 vertonen veel vaker dan patiënten met een GCS-score 14–15 afwijkingen op CT-scans. Bijna alle patiënten met een score van 13 worden in het ziekenhuis opgenomen, in 10–50% van de gevallen op de afdeling Intensive Care. Bij bijna 18% treedt een klinische achteruitgang op, en bij 5% is een neurochirurgische ingreep nodig. De mortaliteit onder patiënten met een GCS-score 13 bedraagt 5%. Het klinisch beeld en de uitkomsten bij patiënten met een GCS-score 13 komen dus meer overeen met de categorie matig-ernstig traumatisch hoofdletsel. In de discussie wordt het beleid bij deze patiënten besproken; er bestaat geen Nederlandse richtlijn voor matig-ernstig traumatisch hoofdletsel.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(5):192-6)

Lees verder

Neurologische bijwerkingen van immuuntherapie met checkpoint-remmers

TNN - jaargang 122, nummer 4, juni 2021

dr. A.A.M. van der Veldt , drs. M. Geurts , prof. dr. M.J. van den Bent

SAMENVATTING

Ernstige neurologische bijwerkingen van immuuntherapie met checkpointremmers zijn zeldzaam (<1%), maar met het toenemende gebruik van deze middelen nemen ook de absolute aantallen van patiënten met neurologische bijwerkingen toe. (Leptomeningeale) metastasen zijn de belangrijkste differentiaaldiagnostische overweging. Neuromusculaire bijwerkingen komen vaker voor dan centrale bijwerkingen, en worden geclassificeerd als neuropathie, myastenie of myopathie. De presentatie van deze aandoeningen is echter vaak atypisch, en er is een hoge morbiditeit en mortaliteit. Het tijdig herkennen en behandelen van neurologische bijwerkingen van checkpointremmers is dan ook essentieel voor een vlot en volledig herstel. De behandeling van ernstige neurologische bijwerkingen bestaat uit het staken van de checkpointremmers en het geven van een hoge dosis corticosteroïden. (TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(4):139-45)

Lees verder

‘Lessons learned’: één jaar COVID-19 en multiple sclerose

TNN - jaargang 122, nummer 3, mei 2021

dr. E.M.P.E. Zeinstra

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(3):97)

Lees verder

MS en COVID-19: een overzicht

TNN - jaargang 122, nummer 3, mei 2021

dr. E. Hoitsma , drs. F.C. Loonstra , dr. J. Killestein , dr. J.P. Mostert , MS-werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie , dr. Z.L.E. van Kempen

SAMENVATTING

Begin 2020 zorgde de COVID-19-pandemie voor cruciale vragen en behandeldilemma’s bij multiple sclerose (MS), aangezien MS-patiënten door het gebruik van ziektemodulerende therapie (ZMT) tot een mogelijke risicogroep behoren. Verschillende cohorten hebben aangetoond dat de ernst van COVID-19 niet negatief beïnvloed lijkt te worden door ZMT’s, behoudens een mogelijk toegenomen risico op een ernstig beloop bij anti-CD20-therapieën. Voor inductietherapieën zoals alemtuzumab is nog onvoldoende informatie beschikbaar. Risicofactoren die zijn geassocieerd met een ernstig COVID-19-beloop bij MS zijn, net als in de algemene COVID-19-populatie: hoge leeftijd, mannelijk geslacht en comorbiditeit (onder meer obesitas). MS-specifieke risicofactoren zijn hoge invaliditeit, progressieve MS en recente (<1 maand) intraveneuze toediening van methylprednisolon. Op basis van de huidige data lijkt er geen relatie te zijn tussen ZMT-geïnduceerde lymfocytopenie en ernst van COVID-19. Momenteel lopen er meerdere onderzoeken naar immuniteit na een infectie met ‘severe acute respiratory syndrome coronavirus 2’ en na vaccinaties bij MS-patiënten die met ZMT’s worden behandeld.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(3):98-105)

Lees verder

Directe en indirecte effecten van de COVID-19-pandemie op de ziekte van Parkinson

TNN - jaargang 122, nummer 3, mei 2021

A. van der Heide MSc, prof. dr. B.R. Bloem , dr. R.C. Helmich

SAMENVATTING

Dit artikel bespreekt de invloed van de COVID-19-pandemie op mensen met de ziekte van Parkinson: zowel de directe effecten (van een infectie met SARS-CoV-2) als de indirecte effecten (van sociale isolatiemaatregelen). Daarnaast bespreken we de mogelijke langetermijneffecten van de COVID-19-pandemie, zoals effecten op ziekteprogressie en incidentie van de ziekte van Parkinson. Mensen met de ziekte van Parkinson hebben geen verhoogd risico om geïnfecteerd te raken. Maar indien wel sprake is van een infectie, treedt vaak een verslechtering op van reeds bestaande parkinsonklachten. Bovendien lijkt de mortaliteit als gevolg van COVID-19 hoger te liggen, in elk geval bij een verder gevorderd stadium van de ziekte van Parkinson. Ook parkinsonpatiënten zonder COVID-19 worden geraakt door de pandemie: sociale isolatiemaatregelen leiden tot meer stress en minder beweging, en beide factoren zijn geassocieerd met een verergering van de parkinsonverschijnselen. Tele-medicine en nieuwe (online) manieren om stress te reduceren en lichamelijke activiteit te bevorderen zouden deze nadelige gevolgen kunnen beperken. Gezien de ernstige consequenties van een mogelijke infectie met SARS-CoV-2 is het verstandig om een vaccinatie aan te raden aan mensen met de zieke van Parkinson, temeer daar er geen reden is om aan te nemen dat het vaccin interfereert met het onderliggende ziekteproces of met de symptomatische parkinsonbehandelingen.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(3):106-13)

Lees verder

COVID-19 en cerebrovasculaire aandoeningen

TNN - jaargang 122, nummer 3, mei 2021

dr. A. Wouters , drs. F.F. Muller , dr. J. Coutinho , drs. W.F. Westendorp

SAMENVATTING

COVID-19 gaat gepaard met een verhoogd risico op cerebrovasculaire aandoeningen, in het bijzonder herseninfarcten. Dit wordt veroorzaakt door een COVID-19-specifieke coagulopathie, onder andere ten gevolge van endotheelschade en hypercoagulabiliteit. Reperfusietherapie lijkt veilig bij patiënten met COVID-19. In het bijzonder wordt er geen verhoogd bloedingsrisico gezien. Desalniettemin is het klinische beloop bij deze patiënten vaak ongunstig.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(3):114-21)

Lees verder

Neurologische manifestaties van COVID-19

TNN - jaargang 122, nummer 3, mei 2021

dr. M.C. Brouwer

SAMENVATTING

COVID-19 is een ernstige virale infectie van de luchtwegen die wordt gekenmerkt door dyspneu, en in ernstige gevallen gepaard gaat met een ontregelde immuunrespons die tot multi-orgaanfalen en trombotische complicaties kan leiden. Neurologische klachten bij COVID-19 bestaan uit hoofdpijn, spierpijn, reukverlies en een gedaald bewustzijn. Neurologische complicaties bestaan onder andere uit een hypoxische of metabole encefalopathie, postinfectieuze inflammatoire syndromen, zoals het syndroom van Guillain-Barré en acute gedissemineerde encefalomyelitis, en cerebrovasculaire complicaties. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de neurologische symptomen en complicaties die optreden bij COVID-19.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(3):92-6)

Lees verder
X