NEUROLOGIE

Dunnevezelneuropathie: wat hebben we de patiënt te bieden?

TNN - 2022, nummer 7, november 2022

prof. dr. C.G. Faber , prof. dr. I.S.J. Merkies , dr. J.G.J. Hoeijmakers , M. Geerts MSc

SAMENVATTING

Dunnevezelneuropathie is een pijnlijke en vaak invaliderende perifere neuropathie, waarbij autonome stoornissen voor kunnen komen. De diagnose wordt niet altijd direct herkend, doordat bij oriënterend neurologisch onderzoek en zenuwgeleidingsonderzoek vaak geen afwijkingen worden gevonden. De kennis over de diagnostiek, etiologie, pathofysiologie en behandeling van dunnevezelneuropathie neemt toe. Hierdoor hebben we de patiënt steeds meer te bieden.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(7):297–304)

Lees verder

Ziekte van Creutzfeldt-Jakob: een klinische update

TNN - 2022, nummer 6, oktober 2022

prof. dr. J.M. Rozemuller , dr. L.D.A. Dorresteijn , dr. T.H. Wong

SAMENVATTING

De ziekte van Creutzfeldt-Jakob is een prionziekte die gekenmerkt wordt door snel progressieve, neuropsychiatrische stoornissen en tot een beperkte overlevingsduur leidt. Bij neuropathologisch onderzoek zijn er spongiforme veranderingen van de hersenen in combinatie met aggregatie van abnormale prioneiwitten. De ziekte wordt onderverdeeld in 3 subtypen: een sporadische, een genetische en een verworven vorm. Door de grote variatie in klinische symptomen en de zeldzaamheid wordt de ziekte moeilijk herkend. Ontwikkelingen in beeldvormend onderzoek en liquorbiomarkers hebben voor verbeteringen in het diagnostische proces gezorgd. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de klinische presentatie en pathologische kenmerken van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob en wordt ingegaan op de diagnostische testen.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(6):248–56)

Lees verder

STN-DBS voor motorische responsfluctuaties bij parkinsondementie: ‘a demented mind in a repaired body’?

TNN - jaargang 123, nummer 5, september 2022

prof. dr. P. De Vloo

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(5):196-7)

Lees verder

STN-DBS voor motorische responsfluctuaties bij parkinsondementie

TNN - jaargang 123, nummer 5, september 2022

dr. B.E.K.S. Swinnen , dr. J.M. Dijk , prof. dr. R.M.A. de Bie , V. Sisodia BSc

SAMENVATTING

Patiënten met de ziekte van Parkinson en dementie komen nu niet in aanmerking voor behandeling met diepe hersenstimulatie (DBS). Het is echter de vraag of het gerechtvaardigd is om deze patiënten een potentieel effectieve behandeling van motorische responsfluctuaties te onthouden. Uit de literatuur blijkt dat DBS geen invloed heeft op de cognitieve achteruitgang bij parkinsonpatiënten met normale cognitie en met geringe cognitieve stoornissen. Tevens is de motorische verbetering na DBS bij parkinsonpatiënten met geringe cognitieve stoornissen vergelijkbaar met die van patiënten met een normale cognitie. Hoewel deze bevindingen bij niet-demente parkinsonpatiënten geruststellend zijn, is er op dit moment onvoldoende informatie over de effectiviteit en bijwerkingen van DBS voor motorische responsfluctuaties bij parkinsondementie.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(5):198-203

Lees verder

Neurologische manifestatie van de ziekte van Behçet

TNN - jaargang 123, nummer 4, june 2022

dr. B. Wokke , drs. D. Falck , dr. J. van Laar

SAMENVATTING

De ziekte van Behçet is een inflammatoire multisysteemziekte met een divers klinisch beeld. Van de neurologische manifestaties is een meningoencefalitis het meest voorkomend. Bij patiënten met neurologische symptomen is er vrijwel altijd ook systemische ziekteactiviteit, waarbij orale aften het meest kenmerkend zijn. Als er geen tijdige aanvalsbehandeling wordt gegeven, kan ernstige neurologische uitval en restschade optreden. In dit artikel worden 2 patiënten beschreven met (waarschijnlijk) neuro-Behçet ter illustratie van het brede spectrum van de ziekte. Daarnaast wordt ingegaan op het klinisch beeld, de diagnostiek en behandeling.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(4):141–8)

Lees verder

Neurologische presentaties van een cholesteatoom

TNN - jaargang 123, nummer 3, mei 2022

drs. A.I. Maxim , dr. H.G. Bremer , dr. J. Snel-Bongers , dr. J.V. Smit , dr. M.L.F. Janssen , drs. T. Bouwens van der Vlis

SAMENVATTING

Een cholesteatoom is een ruimte-innemend proces in het middenoor, en ontstaat door ophoping van epitheel en keratine, meestal vanuit het zwakkere gedeelte van het trommelvlies (membraan van Shrapnell). Een cholesteatoom heeft lokaal destructieve eigenschappen. De klinische presentatie varieert en is afhankelijk van het stadium en de exacte locatie van het cholesteatoom. Doorgaans zijn de klachten otologisch van aard, namelijk otorroe en gehoorverlies. Verder gaande destructie leidt echter niet alleen tot erosie van de gehoorbeenketen, maar kan ook leiden tot erosie van het labyrint, facialiskanaal en tegmen tympani. Hierdoor kan een patiënt met cholesteatoom zich primair presenteren met vertigo, facialisparese of symptomen die passen bij meningitis of een hersenabces. In dit artikel worden 3 patiënten besproken met een cholesteatoom die zich presenteren met neurologische klachten. Tijdige herkenning door neurologen en neurochirurgen is van belang om permanente schade te voorkomen. Otologische anamnese, otoscopie en een CT-scan van het os petrosum zijn doorgaans voldoende voor het stellen van de diagnose cholesteatoom. Een MRI-scan kan cholesteatoom bevestigen (diffusiegewogen opnamen) en intracraniële complicaties aantonen. Bij intracerebrale complicaties van een cholesteatoom is een multidisciplinaire aanpak noodzakelijk.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(3):97–103)

Lees verder

Reversibel cerebraal vasoconstrictiesyndroom: een diagnostische uitdaging

TNN - jaargang 123, nummer 2, april 2022

dr. B. Durmus , dr. C. Loos , prof. dr. L. Yperzeele

SAMENVATTING

Reversibel cerebraal vasoconstrictiesyndroom (RCVS) is een belangrijke oorzaak van donderslaghoofdpijn, en kan door verschillende triggers worden uitgelokt. Men dient bedacht te zijn op de atypische klinische uitingen van RCVS en de cerebrale complicaties die gelijktijdig, dan wel in tweede instantie, kunnen optreden. De diagnose van RCVS is gebaseerd op de klinische presentatie, aanwezigheid van eventuele triggers, de radiologische presentatie van reversibele constrictie in 2 of meer cerebrale vaten, en afwezigheid van een andere diagnose. De RCVS2-score kan worden gebruikt ter ondersteuning. Naast digitale subtractie-angiografie leveren CT en MRI ook een bijdrage in de diagnostiek van RCVS. Milde symptomen kunnen conservatief worden behandeld, maar bij ernstige klachten moeten calciumantagonisten worden overwogen.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(2):54–60)

Lees verder
X