Amantadine, modafinil en methylfenidaat niet beter dan placebo tegen vermoeidheid bij MS

januari 2021 ECTRIMS 2020 Van de redactie

Vermoeidheid is het meest voorkomende symptoom bij MS en wordt door meer dan de helft van de patiënten als het ergste symptoom genoemd. Het beleid omtrent vermoeidheid bestaat uit oefeningen, het aanpakken van secundaire oorzaken, cognitieve gedragstherapie en medicatie. Op dit moment is er nog geen middel voor dit doel goedgekeurd door de EMA. De meest onderzochte en voorgeschreven middelen zijn amantadine, modafinil en amfetamine-achtige psychostimulantia. De resultaten zijn inconsistent, spreken elkaar tegen en er is geen bewijs voor effectiviteit in systematische reviews zichtbaar.

Om die reden hebben de onderzoekers de TRIUMPHANT-MS-studie opgezet: een gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde cross-over-studie waarin patiënten achtereenvolgens telkens 6 weken amantadine, modafinil, methylfenidaat en placebo kregen in een willekeurige volgorde, met tussendoor uitwasperiodes van twee weken. Het doel was om de effectiviteit en bijwerkingen van de diverse middelen te bepalen in het kader van MS en vermoeidheid. Primair eindpunt van de studie was de score op de aangepaste vermoeidheidsimpactschaal (‘Modified Fatigue Impact Scale’, MFIS). MS-patiënten kwamen in aanmerking voor de studie wanneer zij ouder waren dan 18 jaar, vermoeidheid noemden als symptoom en een MFIS-score bij aanvang hadden van meer dan 33, en ten minste 2 weken geen medicatie had genomen specifiek tegen vermoeidheid.

GEEN VERSCHIL MET PLACEBO

In totaal werden 141 patiënten gerandomiseerd. Hiervan completeerden 111 patiënten alle 4 de medicatieronden. De gemiddelde MFIS-score bij aanvang was 51,3±1,2. Alle 4 de behandelingen, inclusief placebo, resulteerden in een afname van de MFIS-score tot gemiddeld circa 40. Geen van de middelen deed het statistisch beter dan placebo (algeheel medicatie-effect: p=0,20). Dit gold ook voor de secundaire uitkomstmaat ‘NueroQol Fatigue T’-score (p=0,42), en de ‘Epworth Sleepiness Scale’ (ESS) (p=0,071). Daarnaast was het percentage patiënten dat een minimale verbetering van 10 punten op de MFIS-schaal liet zien niet verschillend tussen de diverse behandelingen. Ook werd geen verschil gevonden bij de subgroepen met MS-type (relapsing-remitting versus progressief), depressie (HADS-score >11 versus ≤ 10), wel of geen ziektemodulerende medicatie, en hoge of lage EDSS-score.

TOCH WEL EEN VERSCHIL MET PLACEBO

In een post-hoc analyse werd wél een effect gevonden voor het deel van de patiënten met veel slaperigheid overdag (ESS-score bij aanvang > 10). Bij die patiënten was met modafinil en methylfenidaat sprake van een significante verbetering in MFIS-score ten opzichte van placebo (-4.1). Dit werd niet gevonden voor amantadine. Het aantal bijwerkingen was het laagst in de placeboperiode. Het percentage patiënten met ten minste 1 bijwerking was voor amantadine 38,6%, modafinil 40,0%, methylfenidaat 39,5% en placebo 30,5%.

CONCLUSIE

Deze studie liet zien dat amantadine, modafinil en methylfenidaat niet superieur zijn aan placebo als het gaat om het verlichten van vermoeidheid bij MS, terwijl er wel sprake was van meer bijwerkingen bij de medicijnen. Alleen in de groep met ernstige slaperigheid overdag lijkt het dat modafinil en methylfenidaat vermoeidheid beter bestrijden dan een placebo. De onderzoekers concluderen dan ook dat vermoeidheid bij MS in het algemeen geen indicatie moet zijn voor behandeling met amantadine, modafinil of methylfenidaat.

Referentie

Nourbakhsh B, Reviraja N, Morris C, et al. Randomized trial of amantadine, modafinil and, methylphenidate for multiple sclerosis fatigue. Gepresenteerd tijdens MSVirtual 2020; abstract PS13.02.

X