Articles

Kunnen beginnende vasculair neurochirurgen bekwaam worden in de microchirurgische behandeling van intracraniële aneurysmata in het huidige endovasculaire tijdperk?

TNN - jaargang 122, nummer 7, november 2021

I.S.C. Verploegh MSc, dr. V. Volovici , J.C. Vos BSc, drs. E.J. Delwel , drs. H.W.C. Bijvoet , drs. E.H.P. van Putten , drs. J.W. Schouten , prof. dr. C.J.J. Avezaat , prof. dr. C.M.F. Dirven , dr. R. Dammers

SAMENVATTING

Sinds de publicatie van de ‘international subarachnoid aneurysm trial’ in 2002 is er een verschuiving geweest in de behandeling van intracraniële aneurysmata van voornamelijk microchirurgische clipreconstructie naar meer endovasculair behandelen. Het is onduidelijk wat de effecten hiervan zijn voor beginnende vasculair neurochirurgen en of zij nog in staat zijn om het niveau van ervaren vasculair neurochirurgen te evenaren. In deze deels prospectieve studie zijn de klinische uitkomsten van patiënten die behandeld zijn door beginnende (n=3) en senior vasculair neurochirurgen (n=5) vergeleken. Uit de analyse van 609 patiënten met 767 aneurysmata bleek dat beginnende vasculair neurochirurgen vaker complexere aneurysmata behandelden dan hun senior collega’s (p<0,001). Overige resultaten zijn echter vergelijkbaar in beide groepen neurochirurgen. Hieruit concluderen wij dat ondanks de nieuwe uitdagingen jonge vasculair neurochirurgen minstens even goede resultaten kunnen behalen als senior vasculair neurochirurgen in de setting van een hoog-volume neurovasculair centrum.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(7):305–13)

Lees verder

Ingezonden brief

TNN - jaargang 119, nummer 3, juni 2018

I.P. Miah , D.C. Holl , prof. dr. W.C. Peul , prof. dr. C.M.F. Dirven , van Kooten , dr. V. Volovici , K.H. Kho , H.M. den Hertog , H.F. Lingsma , dr. R. Dammers , dr. N.A. van der Gaag , dr. K. Jellema , namens de Dutch Chronic Subdural Hematoma Research Group (DSHR)

Lees verder

Neurochirurgische dilemma’s bij traumatisch hersenletsel

TNN - jaargang 119, nummer 2, april 2018

T.A. van Essen , dr. G.C.W. de Ruiter , H.F. den Boogert , dr. V. Volovici , prof. dr. A.I. Maas , prof. dr. W.C. Peul

SAMENVATTING

Traumatisch hersenletsel gaat gepaard met een hoge mortaliteit. Bij diegenen die overleven, kan het een grote weerslag hebben op de kwaliteit van leven door de resterende lichamelijke, cognitieve of psychosociale beperkingen. Neurochirurgische interventies kunnen bij bepaalde patiënten met traumatisch hersenletsel de mortaliteit en morbiditeit reduceren. De neurochirurgische indicatiestelling is echter onduidelijk en de huidige bewijskracht voor deze interventies is laag. Als gevolg varieert de zorg voor traumatisch hersenletsel tussen neurochirurgen en voor een deel zijn de oorzaken van deze praktijkvariatie onbekend. Recente en net opgezette studies veranderen in een relatief korte tijd de bewijskracht. Pragmatisch opgezette studies met een zogenoemd ‘comparative effectiveness’-design zijn het meest veelbelovend om de bewijskracht te verhogen.
(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2018;119(2):46–51)

Lees verder
X