Darmbacteriën mogelijk gelinkt aan abnormale hersenbloedvaten

juli 2020 Wetenschap Eline Feenstra

Caverneuze angiomen (CA) zijn veelvoorkomende vaatafwijkingen die kunnen leiden tot hersenbloedingen. Uit eerdere muisstudies is gebleken dat gramnegatieve bacteriën en een veranderde intestinale homeostase mogelijk betrokken zijn bij CA-pathogenese. Bovendien suggereerde een pilotstudie mogelijke microbioomverschillen tussen mensen met en zonder CA op basis van 16S rRNA-gensequencing. Een nieuwe studie recent gepubliceerd in Nature Communications heeft gekeken naar microbioomverschillen in een grotere populatie menselijke proefpersonen met en zonder CA met behulp van microbiële analyses.

Er bleek een overvloed aan afzonderlijke bacteriesoorten aanwezig te zijn bij CA-patiënten, wat aansluit bij de vermoedens dat bij zowel mensen als bij muizen CA-laesievorming veroorzaakt wordt via lipopolysaccharidesignalering. Bovendien leken microbioomverschillen verband te houden met het klinisch ‘gedrag’ van CA.

Specifieke microbioomsamenstelling bepaalt ernst

Specifieke combinaties van microbioomsamenstellingen en plasma-inflammatoire biomarkers gingen gepaard met verhoogde ernst van de ziekte en bloedingen. De onderzoekers identificeerden 5 significant bijdragende taxa: Bifidobacterium adolescentis, Bacteroides eggerthii, Bacteroides dorei, Dorea en Escherichia coli waarmee agressieve versus niet-agressieve CA-patiënten konden worden onderscheden.

Concluderend kan worden gesteld dat de microbioomsamenstelling geassocieerd is met neurovasculaire caverneuze angiomen waardoor men vatbaarder is voor hersenbloedingen. Dit is gekoppeld aan een gedefinieerd mechanisme waarbij LPS geproduceerd door Gram-negatieve bacteriën de vorming van CA-laesies aanstuurt. Dit is in overeenstemming met de eerdere muisstudies die een rol van LPS-signalering aangetoond hebben.

Referentie

Polster SP, Sharma A, Tanes C et al. Permissive Microbiome Characterizes Human Subjects With a Neurovascular Disease Cavernous Angioma. Nat Commun. 2020 May 27;11(1):2659.

X