ERGO: geen verhoogde incidentie beroerte bij migraine-patiënten

september 2021 IHC 2021 Dominique Vrouwenvelder

Tijdens IHC 2021 lichtte Cevdet Acarsoy (Erasmus MC, Rotterdam) in een geanimeerde video een deel van de ERGO-studie toe, die internationaal bekend staat als ‘The Rotterdam Study’. In het gepresenteerde deel van de studie werd onderzocht of migraine is geassocieerd met het risico op beroerte in de algemene bevolking. Acarsoy en collega’s zochten daarnaast naar een antwoord op de vraag of deze mogelijke associatie anders is voor mannen of vrouwen, of voor subtypen van migraine en beroerte.

Cevdet Acarsoy (Erasmus MC, Rotterdam)

Migraine en beroerte zijn beide hart- en vaatziekten die een aanzienlijke last vormen voor zowel patiënten als de economie. Eerder werd een mogelijk causaal verband gesuggereerd tussen migraine en beroerte. Hoewel het absolute risico op een beroerte klein is voor migrainepatiënten, is het wel belangrijk om meer inzicht te krijgen in de mogelijke relatie tussen migraine en beroertes.

Methode

Deze analyse werd uitgevoerd met behulp van de nog lopende prospectief bevolkingsonderzoek ERGO (Erasmus Rotterdam Gezondheid Onderzoek), die de bepalende factoren en de prevalentie van cardiovasculaire, neurologische, oogheelkundige, psychiatrische en endocriene ziekten onderzoekt. De auteurs beoordeelden bij aanvang in verschillende cohorten van de studie de deelnemers op migraine volgden hen, waarbij werd gelet op de incidentie van beroerte.

Er werd onderscheid gemaakt tussen actieve en niet-actieve migraine en migraine met of zonder aura. Actieve migraine werd gedefinieerd als het hebben van het laatste migraineaanval <1 jaar geleden. Migraine met aura werd gedefinieerd als migraine zonder aura PLUS visuele, sensorische of spraakgerelateerde auraverschijnselen. De prevalentie en het subtype van de beroertes (ischemisch of hemorragisch, of, bij onvoldoende informatie, niet-gespecificeerd) werden achterhaald door middel van medische databases.

Resultaten

In totaal werden 6925 deelnemers (gemiddelde leeftijd 65,7 jaar; 57,8% vrouw) geïncludeerd die nooit eerder een beroerte hadden gehad. Migraine werd vastgesteld met een gestructureerd interview gebaseerd op ICHD-2 criteria. Deelnemers werden gevolgd vanaf het migraine-interview tot aan het optreden van één van de volgende criteria: beroerte, overlijden, laatste datum waarvan bekend was dat zij beroertevrij waren of 1 januari 2016, zijnde het einde van de follow-up. De follow-up was zeer compleet met gegevens voor 95,3% van de potentiële persoonsjaren.

Bij de beoordeling van migraine op de baseline voldeden in totaal 1030 (14,9%) personen aan de criteria voor migraine, van wie er 402 actieve migraine hadden en 210 migraine met aura. Tijdens de mediane follow-up van 6,4 jaar kregen 195 deelnemers een beroerte. De waarschijnlijkheid van beroertevrije overleving verschilde niet significant tussen de migrainegroep en de groep zonder migraine (hazardratio [HR]: 1,40; 95%-BI: 0,94-2,09). Ook in Cox proportional-hazard modellen, met verschillende niveaus van aanpassing, zagen de auteurs een trend van associatie tussen migraine en het risico van beroerte, maar was deze niet statistisch significant. Voor subtypeanalyses waren de resultaten vergelijkbaar (actieve versus niet-actieve migraine [HR: 1,59; 95%-BI: 0,82-3,05], aura aanwezig versus afwezig [HR: 1,45; 95%-BI: 0,64-3,30] en associatie met ischemische beroerte [HR: 1,45, 95%-BI: 0,94-2,24]). Er werden geen verschillen gevonden tussen mannen en vrouwen.

CONCLUSIE

In deze analyse kwam migraine niet naar voren als een risicofactor voor beroerte. Ook inzoomend op geslachtsverschillen migraine met versus zonder aura, actieve versus niet-actieve migraine, werd er geen verband gevonden. Dit gold evenmin voor het type beroerte.

Referentie

Acarsoy C, Ikram Kamran M, Bos D. Migraine is not Associated with Incident Stroke: The Rotterdam Study. Gepresenteerd tijdens IHC 2021; abstract AL016.

X