Minder angstklachten, vermoeidheid en depressie bij ziektemodulerende behandeling

november 2020 CongresUpdate Jeroen Beekwilder

Bij MS komen vaker psychiatrische comorbiditeiten voor zoals depressie, vermoeidheid en angstklachten. Deze comorbiditeiten kunnen leiden tot een verminderde kwaliteit van leven van de MS-patiënten en zijn daarnaast ook geassocieerd met een verminderde therapietrouw bij ziektemodulerende behandelingen (DMT). Daarnaast is het bekend dat depressie wordt geassocieerd met immuunactivatie bij inflammatoire aandoeningen. Uit het onderzoek dat werd gepresenteerd door dr. Pimentel-Maldonado tijdens MSVirtual 2020, bleek dat MS-patiënten die werden behandeld met een laag-effectieve DMT, minder depressieve symptomen vertoonden dan patiënten die gebruik maakten van een hoog-effectieve DMT.

Het onderzoek includeerde 2.121 personen die online een vragenlijst invulden, welke omvatte; de patiëntengezondheidsvragenlijst-9 (‘Patiënt Health Questionnaire-9’, HQ-9), de gegeneraliseerde angststoornisschaal met 7 items (GAD-7), en de aangepaste vermoeidheidsimpactschaal, de 5-itemversie (‘Modified Fatigue Impact Scale’, MFIS-5). Hiermee werden respectievelijk depressieve klachten, angstklachten en vermoeidheidsklachten gemeten. De vragenlijsten werden via e-mail verspreid door MS-organisaties, patiëntenrekruteringdatabases, social media en flyers in klinieken.

De geïncludeerde patiënten waren gemiddeld 51 jaar, 18% was mannelijk en 52% had al meer dan 10 jaar MS. Van deze patiënten gebruikten 1.650 een DMT,  waarvan 465 een laag-effectieve DMT (LED), 546 een middelmatig-effectieve DMT (MED) en 624 een hoog-effectieve DMT (HED). LED’s includeerden: interferon bèta-1a, interferon bèta-1a en -b, peginterferon bèta-1a en glatirameeracetaat. Onder MED’s werden teriflunomide, fingolimod, siponimod en dimethylfumaraat geschaard. Alemtuzumab, ocrelizumab, rituximab, natalizumab en cladribine werden als HED beschouwd door de onderzoekers.

Resultaten

Uit de GAD-7-vragenlijsten bleek dat MS-patiënten die een DMT gebruikten een lagere angstklachtenscore behaalden dan MS-patiënten die geen DMT gebruikten (DMT 0,68 punten lager; 95%-BI: -1,29 tot -0,07; p=0,03). Uit de MFIS-5-vragenlijsten bleek dat patiënten die DMT gebruikten minder last hadden van vermoeidheidsklachten dan patiënten die geen DMT gebruikten (DMT 0,79 punten lager; 95%-BI: -1,37 tot -0,21; p=0,0007). Bij patiënten die HED gebruikten was deze vermoeidheidsscore wel hoger dan bij patiënten die LED gebruikten (HED 1,78 punten hoger; 95%-BI: 1,13-2,24; p<0,001).

De PHQ-9-vragenlijsten onthulden dat MS-patiënten die gebruik maakten van LED een lagere depressiescore behaalden dan patiënten die niet met DMT werden behandeld (LED -1,18 lager; 95%-BI: -1,97 tot -0,38; p=0,004). Patiënten die HED gebruikten, hadden een hogere depressiescore dan MS-patiënten die LED gebruikten (HED 1,00 punten hoger; 95%-BI: 0,25-1,74; p=0,009).

Conclusie

Uit dit onderzoek bleek dat MS-patiënten die niet werden behandeld met DMT, meer angstklachten en vermoeidheid ervaarden dan patiënten die DMT gebruikten. Daarnaast vertoonden onbehandelde MS-patiënten meer depressieklachten dan patiënten die met een laag-effectieve DMT werden behandeld. Deze studie maakt het niet mogelijk om oorzaak en gevolg aan te wijzen.

Referentie

Pimentel-Maldonado D, et al. Comorbid Anxiety, Depression, and Fatigue Symptoms by Disease Modifying Therapy: A National Multiple Sclerosis Cohort. Gepresenteerd tijdens MSVirtual 2020; abstract P0446.

X