De Boston-criteria versie 2.0: verbeterde diagnostiek bij cerebrale amyloïde angiopathie

november 2022 Kliniek in Praktijk Willem van Altena

Cerebrale amyloïde angiopathie (CAA) is een leeftijdsgerelateerde aandoening van de kleinere bloedvaten, die pathologisch gekarakteriseerd wordt door een progressieve afname van bèta-amyloïde in de wanden van bloedvaten in de hersenen. De Boston-criteria worden wereldwijd gebruikt bij diagnoses van CAA, maar zijn sinds 2010 niet meer vernieuwd en omvatten dus niet de sedertdien ontdekte MRI-markers. In een internationale studie is gepoogd om de Boston diagnostische criteria up-to-date te maken en te valideren voor het hele spectrum van klinische CAA-presentaties.

Data uit 10 internationale studiecentra

In een multicenter retrospectieve ziekenhuisgebaseerde studie is een retrospectieve analyse uitgevoerd van klinische, radiologische en histopathologische data. De data was afkomstig uit 10 sites in Europa en Noord-Amerika die deelnemen aan de Internationale CAA Associatie om de Boston-criteria te updaten en de diagnostische accuratesse ervan vast te stellen in verschillende populaties. De 10 centra identificeerden patiënten van 50 jaar en ouder met klinische presentaties die mogelijk op CAA wezen (zoals spontane intracerebrale bloedingen, cognitieve beperkingen of voorbijgaande focaal-neurologische uitvalsverschijnselen), beschikbare hersen-MRI’s en histopathologische evaluatie van CAA diagnose. MRI scans werden centraal beoordeeld in het Massachusetts General Hospital (Boston, V.S.) op hemorragische en niet-hemorragische CAA-markers, en hersenbiopten werden door neuropathologen in de betrokken centra onderzocht.

Boston-criteria 2.0

De onderzoekers kwamen tot versie 2.0 van de Boston-criteria door de diagnostische specificiteit en gevoeligheid van de MRI te optimaliseren in een vooraf gespecificeerd cohort (Boston casus 1994–2012, n=159), en vervolgens die criteria extern te valideren in een ander vooraf gespecificeerd cohort  (Boston casus 2012–18, n=59) en een geografisch validatiecohort (non-Boston casus 2004–18, n=123). Daarbij werd de nauwkeurigheid van de nieuwe criteria vergeleken met de huidige Boston criteria, met histopathologische evaluatie van CAA als diagnostische standaard. Ook werden de Boston 2.0-criteria geëvalueerd bij patiënten in alle cohorten bij wie een hersenautopsie had plaatsgevonden.  

CAA-criteria

Van 401 mogelijk includeerbare patiënten in het Massachusetts General Hospital werden er 218 daadwerkelijk in de studie opgenomen en van 160 patienten uit andere centra werden er 123 geïncludeerd. Aan de hand van het derivatiecohort werden provisionele criteria voor mogelijke CAA vastgesteld waarbij minstens twee lobaire hemorragische laesies vereist waren (te weten intracerebrale bloedingen, cerebrale microbloedingen of oppervlakkige siderose) of minstens een lobaire hemorragische bloeding en minstens een wittestof karakteristiek (zoals ernstige zichtbare perivasculaire ruimtes in het centrum semiovale, of wittestof hyperintensiteit).

Versie 2 is veel nauwkeuriger

De gevoeligheid en specificiteit van deze criteria waren respectievelijk 74,8% ([95% BI] 65,4–82,7) en 84,6% (71,9–93,1) in het derivatiecohort, 92,5% (79,6–98,4) en 89,5% (66,9–98,7) in het temporale validatiecohort, 80,2% (70,8–87,6) en 81,5% (61,9–93,7) in het geografische validatiecohort en 74,5% (65,4–82,4) en 95,0% (83,1–99,4) bij de patiënten die aan de hand van een autopsie gediagnosticeerd waren. Het gebied onder de ROC (‘area under the receiver operating characteristic curve,’ AUC) was 0,797 (0,732–0,861) in het derivatiecohort, 0,910 (0,828–0,992) in het temporale validatiecohort, 0,808 (0,724–0,893) in het geografische validatiecohort en 0,848 (0,794–0,901) bij de patiënten die aan de hand van een autopsie gediagnosticeerd waren. De v2.0 Boston criteria voor mogelijke CAA bleken veel nauwkeuriger dan de huidige Boston criteria (gevoeligheid 64,5% [54,9–73,4]; specificiteit 95,0% [83,1–99,4]; AUC 0,798 [0,741–0,854]; p=0,0005) bij alle personen bij wie autopsie als diagnostische standaard gold.

Conclusie

De onderzoekers concluderen dat de Boston criteria v2.0 nieuwe MRI-markers voor CAA incorporeren en zodoende de gevoeligheid verhogen zonder de specificiteit te compromitteren bij cohorten van patiënten van 50 jaar en ouder, die symptomen vertonen van spontane intracerebrale bloedingen, cognitieve achteruitgang of tijdelijke focaal-neurologische episodes. Verder onderzoek is nodig om vast te stellen in hoeverre de v2.0 criteria over de hele linie van patiënten en klinische presentaties gelden.

Referentie

Charidimou A, Boulouis G, Frosch MP, et al. The Boston criteria version 2.0 for cerebral amyloid angiopathy: a multicentre, retrospective, MRI-neuropathology diagnostic accuracy study.  Lancet Neurol 2022;21:714-25.

X