Minder antilichaamontwikkeling na coronavaccinatie bij MS-patiënten die gebruik maken van anti-CD20-therapie

mei 2022 Preventie Marjolein Groot

Inmiddels is duidelijk dat de mRNA-vaccins die beschikbaar zijn tegen het SARS-CoV-2-virus effectief zijn in het beschermen tegen COVID-19 bij gezonde mensen. Voor mensen die immunosuppressiva gebruiken ligt dit echter wat ingewikkelder. Daarom onderzocht dr. Sokratis Apostolidis of mRNA-vaccins ook een adequate immuunrespons aanwakkeren bij MS-patiënten die gebruik maken van een anti-CD20-therapie.1

In de studie werden de antigeenspecifieke antilichaamresponsen alsmede de B-cel- en T-celresponsen van gezonde controles (n=10) vergeleken met MS-patiënten die werden behandeld met anti-CD20-monotherapie. Beide groepen ontvingen een BNT162b2-vaccin (BioNTech/Pfizer) of een mRNA-1273-vaccin (Moderna).

Dr. Sokratis Apostolidis en collega’s zagen dat de meeste MS-patiënten die werden behandeld met een anti-CD20-antilichaam een significant gereduceerde spike-specifieke en receptorbindenddomeinspecifieke (RBD-specifieke) antilichaamrespons en geheugen B-celrespons vertoonden. Gezonde controles ontwikkelden allemaal meetbare niveaus van anti-spike- en anti-RBD-antilichamen terwijl dit bij de MS-patiënten respectievelijk 89% en 50% was. De hoeveelheid antilichamen was ook veelal lager bij de MS-patiënten. Een langere duur sinds de laatste CD20-behandeling en de mate van B-cel-reconstitutie waren gecorreleerd met een verbetering in deze responsen. MS-patiënten die geen anti-RBD IgG aanmaakten vertoonden het grootste gebrek aan circulerende TFH-celrespons en robuuste CD8-T-celresponsen.

Referentie

  1. Apostodilis S, Kakara M, Painter M, et al. Cellular and humoral immune responses following SARS-CoV-2 mRNA vaccination in patients with multiple sclerosis on anti-CD20 therapy. Nature Medicine 2021;27:1990-2001.

Lees meer:

X