NEUROLOGISCHE OBSERVATIE

Geïsoleerde uitval van de nervus oculomotorius als eerste presentatie van een reuscelarteritis (arteriitis temporalis)

TNN - jaargang 123, nummer 4, june 2022

drs. M.J. de Mooij , dr. W.P.J. van Oosterhout

SAMENVATTING

Reuscelarteritis (RCA) of arteriitis temporalis is een vasculitis die wordt gekarakteriseerd door inflammatie van de grote en middelgrote vaten. Vaak gaat RCA gepaard met forse hoofdpijn. Typische klachten zijn haarkampijn en kaakclaudicatio. Neurologische uitvalsverschijnselen zijn een zeldzaam symptoom bij RCA. In dit artikel wordt een zeldzame casus beschreven van een patiënte met hoofdpijn en unilaterale uitval van de nervus oculomotorius bij RCA. Verder wordt ingegaan op de symptomen, diagnostiek en behandeling, en worden vergelijkbare casussen uit de literatuur gepresenteerd.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(4):174–9)

Lees verder

Reduplicatieve paramnesie: een opmerkelijke waan

TNN - jaargang 123, nummer 4, june 2022

Prof, dr. H.P.H. Kremer , drs. I.M. Scholtanus-Pruim , dr. R.A. Lambrechts

SAMENVATTING

Reduplicatieve paramnesie is een waan waarbij een patiënt ervan overtuigd is dat een voor hem of haar bekende plaats gedupliceerd is. In tegenstelling tot veel andere wanen is er bij reduplicatieve paramnesie vaak sprake van een organische cerebrale oorzaak, waarbij laesies zich vrijwel altijd in de rechter hemisfeer bevinden. In dit artikel wordt een patiënt gepresenteerd bij wie progressie van een glioblastoom rechts temporaal zich uitte met reduplicatieve paramnesie. Vervolgens wordt de literatuur besproken over deze en enkele aanverwante wanen, die onderdeel zijn van de zogenoemde ‘delusional misidentification syndromes’. Daarbij komen de pathofysiologische inzichten aan bod die zijn verkregen uit neuro-imaging, als ook de symptomatische behandeling.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(4):168–72)

Lees verder

Subacute scleroserende panencefalitis: een jonge risicogroep

TNN - jaargang 123, nummer 3, mei 2022

drs. C.H. Stevering , drs. F.M.C. van Berkestijn , drs. J. Brenner , dr. S. van Keulen

SAMENVATTING

Subacute scleroserende panencefalitis (SSPE) is een ernstige late manifestatie van een mazeleninfectie, en treedt meestal 6–11 jaar na de primaire infectie op. Het klinisch beeld kenmerkt zich door snel progressieve cognitieve stoornissen en extrapyramidale verschijnselen, met uiteindelijk een vegetatieve toestand en overlijden als gevolg. De kenmerkende EEG-afwijkingen zijn (vrijwel) pathognomisch en in de liquor worden antistoffen geproduceerd tegen het mazelenvirus. Tot nu toe is er geen curatieve behandeling voor SSPE, waardoor patiënten meestal in de jaren na het stellen van de diagnose overlijden. De hoge vaccinatiegraad tegen het mazelenvirus heeft het aantal mazeleninfecties in Nederland sterk teruggedrongen. De ziekte komt in grote delen van de wereld echter nog veel voor. Het risico op het ontwikkelen van SSPE is hoger naarmate de mazeleninfectie op jongere leeftijd is doorgemaakt. In dit artikel worden 2 jonge patiënten met SSPE beschreven. Ze waren afkomstig uit gebieden waar het mazelenvirus endemisch is, waardoor zij op zeer jonge leeftijd in aanraking zijn gekomen met het virus. De diagnose SSPE dient niet te worden vergeten.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(3):116–20)

Lees verder

Bilaterale rhegmatogene ablatio retinae na totale schedelbestraling

TNN - jaargang 123, nummer 2, april 2022

drs. L.J.E.E. Scheijmans , M. Ulubas MSc, N. Bemelmans , dr. N.E. Synhaeve

SAMENVATTING

Een bilaterale rhegmatogene ablatio retinae is beschreven als complicatie van radiotherapie bij diverse maligniteiten, waaronder een uveaal melanoom, maar niet bij totale schedelbestraling bij hersenmetastasen. In dit artikel wordt een 71-jarige vrouw beschreven. Zij ontwikkelde een bilaterale visusdaling een dag na totale schedelbestraling voor hersenmetastasen bij een kleincellig longcarcinoom. De visusdaling bleek te berusten op een bilaterale ablatio retinae. Dit illustreert dat bij patiënten met een plotse visusdaling dan wel gezichtsvelduitval na totale schedelbestraling moet worden gedacht aan rhegmatogene ablatio retinae. Als geen snelle behandeling wordt ingezet, bestaat het risico op blijvend ernstig visusverlies.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(2):70–3)

Lees verder

Dementie op jonge leeftijd met ogenschijnlijk aspecifieke wittestofafwijkingen

TNN - volume 16, nummer 1, februari 2022

dr. A.W. Lemstra , dr. F.H. Bouwman , dr. L.G. Exalto , prof. dr. M.S. van der Knaap , dr. S.W.R. Nijmeijer

SAMENVATTING

Dit artikel beschrijft casuïstiek van een genetische oorzaak van dementie waarvoor sinds kort een veelbelovende behandeloptie bestaat. Adulte leuko-encefalopathie met axonale sferoïden en gepigmenteerde glia (ALSP) wordt veroorzaakt door een pathogene variant in het CSF1R-gen, dat codeert voor ‘colonystimulating factor 1 receptor’ (CSF1R). Het is een wittestofziekte bij volwassenen, die wordt gekenmerkt door neuropsychiatrische en motorische klachten. MRI van de hersenen is cruciaal voor het stellen van de diagnose, mits het pathognomonische beeld van kleine puntjes met diffusierestrictie en kleine calcificaties in de cerebrale witte stof als zodanig wordt herkend. Anders kunnen de wittestofafwijkingen aspecifiek ogen. Een belaste familieanamnese met autosomaal dominant patroon kan een aanwijzing zijn, maar ogenschijnlijk sporadische gevallen zijn niet ongebruikelijk. Vroege herkenning is belangrijk, omdat er een veelbelovende behandelmogelijkheid is, met aanwijzingen voor stabilisatie van de klachten en MRI-afwijkingen. Bij de diagnose ALSP dient een patiënt zo snel mogelijk naar het Amsterdam Leukodystrofie Centrum in het Amsterdam UMC te worden verwezen voor een inventarisatie van de mogelijkheid nog een behandeling in de vorm van hematopoëtische stamceltransplantatie te bieden. Daarnaast komen familieleden in aanmerking voor counseling door een klinisch geneticus om de mogelijkheid van presymptomatisch onderzoek te bespreken. Zeker nu het opsporen van patiënten in een pre- of vroeg-symptomatisch stadium gezondheidswinst kan opleveren.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2022;123(1):28–34)

Lees verder

Partieel caudasyndroom door een epiduraal hematoom na diagnostische lumbaalpunctie

TNN - 2021, nummer 8, december 2021

drs. E.W. Verschuuren , dr. S.L.M. Bakker

SAMENVATTING

Een 59-jarige vrouw presenteerde zich op de afdeling Spoedeisende Hulp met een verdenking op een meningitis, waarna een diagnostische lumbaalpunctie werd verricht. Kort daarna ontwikkelde de patiënt klachten die pasten bij een partieel cauda equinasyndroom. Een MRI-scan liet een epiduraal hematoom zien op niveau L1 tot L4, waarna de patiënt met spoed werd geopereerd. De klachten verbeterden postoperatief, maar herstelden niet volledig. Een epiduraal hematoom is een zeer zeldzame complicatie na een diagnostische lumbaalpunctie. Dit kan ook zonder gestoorde stolling of gebruik van antistollingsmedicatie ontstaan. Vroege herkenning gevolgd door snelle diagnostiek en neurochirurgische behandeling hebben invloed op de neurologische uitkomst.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(8):394–7)

Lees verder

Orbitadakfracturen met secundaire encefalocele

TNN - 2021, nummer 8, december 2021

drs. A. Zian , dr. M.V. Joosse , dr. N.A. van der Gaag , drs. P.V. ter Wengel , dr. W.R. van Furth

SAMENVATTING

Een orbitadakfractuur met een encefalocele is een zeldzame entiteit waarbij aandacht van de neuroloog, oogarts en neurochirurg aangewezen is. Verlies van visus en oogbolmotoriek kunnen de eerste tekenen zijn van een verhoogde intra-orbitale druk, die primair of secundair aan het trauma kan ontstaan. De primaire behandeling kan bestaan uit hoog gedoseerde steroïden en/of een laterale canthotomie. Bij progressieve uitval kan reconstructie van het orbitadak worden overwogen in zowel de acute als post-acute fase.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(8):390–3)

Lees verder
X