Nederlandse dementieonderzoekers rapporteren over gezond leven en de kans op dementie

juni 2022 Wetenschap Dominique Vrouwenvelder

Onderzoekers van verschillende Alzheimercentra in Nederland hebben een rapport geschreven over onderzoek naar en implementatie van dementiepreventie en risicoreductie. In het rapport focussen zij op de risico’s op dementie, het effect van multifactoriële interventies en de implementatie van campagnes.

De Lancet ‘Commission on Dementia Prevention, Intervention and Care’ schat in hun rapport dat 40% van het populatierisico op dementie potentieel verklaard wordt door leefstijl- en gezondheidsfactoren zoals ongezonde voeding, te weinig beweging, roken en hoge bloeddruk. Uit bevolkingsonderzoek blijkt bovendien dat mensen die gezond leven, minder vaak dementie krijgen.

De wetenschappelijke onderbouwing bij het effect van leefstijl op dementie ontbreekt echter nog. In opdracht van Alzheimer Nederland heeft een team van onderzoekers, onder leiding van dr. Sebastian Köhler van Alzheimer Centrum Limburg, een rapport geschreven getiteld ‘Risicoreductie en Primaire Preventie van Dementie’. In het rapport schrijven de onderzoekers dat het effect van een goede leefstijl op dementie moeilijk aantoonbaar is.

Wetenschappelijk bewijs

Verschillende beïnvloedbare factoren hangen in meer of mindere mate samen met het risico op dementie. Deze zijn grofweg: cardiometabole risicofactoren, leefstijlfactoren, psychosociale factoren, overige factoren.

Hoofdonderzoeker Sebastian Köhler: “Er is steeds meer bewijs dat mensen die gezond leven, minder vaak dementie krijgen. Het is lastiger om aan te tonen dat het verbeteren van iemand zijn leefstijl ook echt zorgt voor een lagere kans op dementie. Dat komt omdat het tientallen jaren duurt voordat dementie ontstaat. Bovendien is dementie het resultaat van een ingewikkeld samenspel tussen iemands erfelijke eigenschappen, de omgeving waarin iemand leeft en zijn gedrag.”

Langdurig onderzoek is nodig om aan te tonen dat leefstijlverbeteringen dementie zouden kunnen voorkomen. Köhler: “Als de meeste mensen niet in staat zijn hun ongezonde gewoontes te doorbreken, staan we met onze kennis alsnog met lege handen.”

De ene 40% is de ander niet

Als 40% van de dementiegevallen inderdaad kunnen worden voorkomen door beïnvloedbare risicofactoren is er nog geen rekening gehouden met de kloof tussen observationele studies en klinische trials, schrijven de auteurs. ‘Als 40% van alle dementie verband houdt met potentieel beïnvloedbare risicofactoren, betekent dit niet dat 40% van de gevallen van dementie te voorkomen zijn, omdat a) het causaal verband veelal niet overtuigend aangetoond is, b) levenslang wegnemen van alle risicofactoren niet realistisch is, en c) het verbeteren van de leefstijl zal leiden tot meer mensen die andere aandoeningen overleven en alsnog dementie ontwikkelen in de verlengde levensduur.’

Chronische aandoeningen

De consensus is dat het aanhouden een gezonde leefstijl altijd een goed idee is. De adviezen van de WHO voor primaire preventie en risicoreductie van dementie zijn vergelijkbaar met de adviezen voor andere niet-overdraagbare aandoeningen. Köhler onderstreept dat: “Gezond gedrag heeft zeker een goed effect op hart- en vaatziekten en verschillende vormen van kanker en als u mij vraagt zeer waarschijnlijk ook op dementie.”

In de focusgroep met belanghebbenden werd bediscussieerd of er ingezet moet worden op een generieke of een dementie-specifieke benadering voor de preventie en risicoreductie van dementie. In de praktijk komen adviezen om leefstijl te verbeteren en de kans op dementie te verkleinen sterk overeen met de adviezen die worden gegeven om andere (chronische) aandoeningen te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn hart- en vaatziekten, diabetes en kanker. Deelnemers aan de focusgroep concludeerden dat meer onderzoek nodig is naar hoe de campagnes voor verschillende chronische aandoeningen elkaar kunnen aanvullen en versterken.

Aanbevelingen

De onderzoeksgroep heeft vervolgens zeven aanbevelingen geformuleerd voor onderzoek en implementatie voor Alzheimer Nederland:

  1. Bundel beschikbare middelen voor grote en langlopende studie(s) die ons dichter bij een betrouwbare schatting brengen van de werkelijke effectiviteit van ingrijpen op de risicofactoren op het cognitief functioneren en het risico op dementie.
  2. Samenwerking met andere fondsen/sponsoren wordt aanbevolen om de beschikbare middelen en inspanningen efficiënt in te zetten. Campagnes en onderzoek voor verschillende chronische aandoeningen kunnen elkaar aanvullen en versterken gezien ze zich op dezelfde risicofactoren richten.
  3. Er is meer multidisciplinair onderzoek nodig naar succesfactoren voor gedragsverandering, werkzame elementen in interventies en naar risicocommunicatie gericht op het verkleinen van de kans op dementie.
  4. Grootschalige implementatiecampagnes, zouden moeten worden vergezeld met het systematisch onderzoeken van de effectiviteit.
  5. Er kan veel winst gehaald worden door gebruik te maken van bestaande infrastructuur, zoals de GGD en welzijnswerk.
  6. Communiceer niet dat “40% van de dementiegevallen voorkomen kan worden”, omdat dit onwaarschijnlijk is en vaak verkeerd naar iemands individueel risico vertaald wordt.
  7. Betrek kwetsbare groepen bij onderzoek naar dementie, en zorg dat campagnes ook deze groepen bereiken.

Referenties

Rapport in opdracht van Alzheimer Nederland: Risicoreductie en Primaire Preventie van Dementie – Kennissynthese van onderzoek en implementatie.

Lancet Commission rapport: Livingston G, Huntley J, Sommerlad A, et al. Dementia prevention, intervention, and care: 2020 report of the Lancet Commission. Lancet 2020; 396(10248): 413-46.

Meer weten over het effect van een gezonde leefstijl op cognitieve vermogens? Prof. dr. Wiesje van der Flier en dr. Sebastian Köhler vertellen er meer over in een TNN-podcast over de FINGER-NL-studie.

X