Cholesterol als veranderbare risicofactor voor dementie

september 2021 Preventie Dominique Vrouwenvelder

Volgens de 2016 Global Burden of Disease studie werd het aantal mensen met dementie geschat op 43,8 miljoen. Dat is meer dan een verdubbeling ten opzichte van de 20,2 miljoen in 1990.1 Preventie is belangrijk om de toenemende wereldwijde last van dementie te verminderen, aangezien er momenteel geen genezing voor de ziekte is. Recentelijk beschreef de Lancet Commission on Dementia Prevention, Intervention, and Care dat 40% van de gevallen van dementie is toe te schrijven aan zogenaamde potentieel veranderbare risicofactoren.

De potentieel veranderbare risicofactoren die de Lancet Commission beschrijft zijn onder andere een laag opleidingsniveau, hoge bloeddruk, zwaarlijvigheid, gehoorverlies, roken, depressie, lichamelijke inactiviteit, sociaal isolement, diabetes, alcoholgebruik, traumatisch hersenletsel en luchtverontreiniging.2 Een groot deel van deze risicofactoren voor dementie zijn dus leefstijlgerelateerd. Opmerkelijk genoeg is dyslipidemie niet opgenomen in de lijst van potentieel veranderbare risicofactoren.

CPRD-cohort

Met behulp van data uit de Clinical Practice Research Datalink (CPRD) van het Verenigd Koninkrijk, onderzochten Masao Iwagami en collega’s het verband tussen bloedlipidenwaarden en dementie naar leeftijd bij de eerste meting van bloedlipiden en duur van de follow-up.3 Het bewijsmateriaal voor het verband tussen bloedlipiden (totaal cholesterol, LDL-cholesterol, HDL-cholesterol en triglyceriden) en het risico van dementie is inconsistent. Een voldoende groot onderzoek zoals deze retrospectieve cohortstudie zou beter kunnen bepalen of er een verband bestaat tussen bloedcholesterol (totaal cholesterol, LDL-cholesterol en HDL-cholesterol) en triglyceriden en het risico op dementie met inachtneming van de leeftijd bij cholesterolmeting en duur van de follow-up.

De onderzoekers bestudeerden een cohort uit de CPRD van mensen van 40 jaar of ouder met een eerste totaal cholesterolmeting tussen 1 januari 1992 en 31 december 2009. De primaire uitkomstmaat was de eerste diagnose van dementie. Individuen met een dementiediagnose vóór de totale cholesterolmeting werden uitgesloten, evenals individuen met cholesterolwaarden <1,75 mmol/L of >20 mmol/L. Analyses werden gestratificeerd naar leeftijd bij eerste meting (<65 jaar of ≥65 jaar) en duur van de follow-up (<10 jaar of ≥10 jaar). De primaire focus was de relatie tussen LDL-cholesterol en dementie.

Zwakke associatie cholesterol en dementie

Totaal cholesterol was bekend van 1.853.954 mensen, waarvan 49.416 (2,7%) later werden gediagnostiseerd met dementie. Van 953.635 mensen waren ook de LDL-cholesterolwaarden beschikbaar voor analyse; van hen kreeg 21.602 (2,3%) later dementie. De auteurs constateerden een gematigd positief verband tussen LDL-cholesterol en dementie. De ‘adjusted rate ratio’ (RR) voor dementie was 1,05 (95%-BI: 1,03-1,06) per standaarddeviatie stijging van het LDL-cholesterol (1,01 mmol/L of 39 mg/dL stijging). Bij mensen jonger dan 65 jaar op baseline (n=636.262) was de RR voor dementie gediagnosticeerd in de eerste 10 jaar na de meting 1,10 (95%-BI: 1,04-1,15) voor elke standaarddeviatie toename in LDL-cholesterol. Voor dementie gediagnosticeerd meer dan 10 jaar na de meting was dit 1,17 (1,08-1,27) per standaarddeviatie. Associaties voor LDL-cholesterol bij mensen van 65 jaar of ouder bij aanvang (n=317.373) waren zwakker in vergelijking met mensen jonger dan 65 jaar (RR: 1,03 [95%-BI: 1,01-1,05] voor dementie gediagnosticeerd tijdens de eerste 10 jaar van follow-up en 1,07 [1,03-1,13] voor dementie gediagnosticeerd na 10 jaar). De onderzoekers zagen een zwakker verband tussen totaal cholesterol en de incidentie van dementie en geen consistente associaties voor HDL-cholesterol en triglyceriden.

LDL-cholesterol gemeten op middelbare leeftijd (<65 jaar) is in lichte mate geassocieerd met het risico op dementie meer dan 10 jaar later. De associaties waren sterker voor totaal cholesterol en LDL-cholesterol op middelbare leeftijd (<65 jaar) en bij een langere follow-up (≥10 jaar). De associatie was sterker voor LDL-cholesterol dan voor totaal cholesterol, wat suggereert dat de associatie tussen totaal cholesterol en dementie gedeeltelijk wordt aangedreven door LDL-cholesterol. LDL-cholesterol moet worden toegevoegd aan de lijst van modificeerbare risicofactoren voor dementie.

Maastricht Studie

In het langlopende cohort van ‘de Maastricht Studie’ werd gekeken naar het effect van een verzameling aan veranderbare risicofactoren, de ‘Lifestyle for BRAin health’ (LIBRA), op MRI markers en cognitief functioneren/achteruitgang in een brede populatie.4 In deze studie kijken de onderzoekers naar de oorzaken en gevolgen van onder andere diabetes type 2 en andere chronische ziekten.

De LIBRA-index bestond uit 12 leefstijlkarakteristieken die allemaal een positieve (risicofactor) of negatieve (preventieve factor) bijdrage leveren aan het totaal van de index: volgen van een Mediterraans dieet (-1,7), fysieke inactiviteit (+1,1), roken (+1,5), lage tot middelmatige alcoholconsumptie (-1,0), obesitas (+1,6), depressie (+2,1), type 2 diabetes (+1,3), hypertensie (+1,6), hoog cholesterol (+1,4), hartaandoeningen (+1,0), chronische nierziekten (+1,1). De twaalfde LIBRA-factor, cognitieve activiteit (-3,2), was niet opgenomen in de Maastricht Studie vanwege ontbrekende data.

Leefstijlgerelateerde schade al vroeg constateerbaar

Deelnemers (n=4,164; gemiddelde leeftijd 59 jaar; 49,7% man) met hogere LIBRA-scores (gemiddeld: 1,19; range: -2,7 tot +9,2), wat duidt op een hoger dementierisico, hadden hogere volumes van witte stof hyperintensiteiten (β=0,051, p=0,002) en lagere scores op informatieverwerkingssnelheid (β=0,067; p=0,001) en executieve functie en aandacht (β= -0,065; p=0,004). Bij mannen werden ook associaties gevonden tussen LIBRA-score en grijze stofvolumes (β= -0,093, p<0,001), cerebrospinale vloeistofvolume (β=0,104, p<0,001) en geheugen (β= -0,054, p=0,026).

De auteurs concluderen aan de hand van deze gegevens dat een hoger gezondheids- en leefstijlgerelateerd dementierisico is geassocieerd met markers van algemene hersenatrofie, cerebrovasculaire pathologie en slechtere cognitie. Het verbeteren van LIBRA-factoren op individueel niveau zou zodoende de gezondheid van de hersenen van de bevolking verbeteren.

Universitair hoofddocent en onderzoeker Sebastian Köhler zegt daarover: “We wisten al dat mensen met een ongezonde leefstijl meer risico hebben op dementie, maar ons onderzoek toont nu ook aan dat de voortekenen van dementie daadwerkelijk al aanwezig zijn, namelijk schade aan de hersenen en cognitieve problemen. Dat is slecht maar ook goed nieuws, want aan die slechte voortekenen kunnen mensen iets doen.”

Referenties

  1. Nichols E, Szoeke CEI, Vollset SE, et al. Global, regional, and national burden of Alzheimer’s disease and other dementias, 1990–2016: a systematic analysis for the Global Burden of Disease Study 2016. Lancet Neurol. 2019; 18: 88-106.
  2. Livingston G, Huntley J, Sommerlad A, et al. Dementia prevention, intervention, and care: 2020 report of the Lancet Commission. Lancet. 2020; 396: 413-446.
  3. Iwagami M, Qizilbash N, Gregson J, et al. Blood cholesterol and risk of dementia in more than 1,8 million people over two decades: a retrospective cohort study. Lancet Healthy Longev. 2021; 2: e498-506.
  4. Heger IS, Deckers K, Schram MT, et al. Associations of the Lifestyle for Brain Health Index With Structural Brain Changes and Cognition: Results From the Maastricht Study. Neurology. 2021 Aug 25:10.1212/WNL.0000000000012572. Epub ahead of print.