FARMACOTHERAPIE

Geïnhaleerde levodopa voor het couperen van OFF-fases bij de ziekte van Parkinson

TNN - 2021, nummer 8, december 2021

dr. F. Grasmeijer , dr. M. Luinstra , P. Hagedoorn

SAMENVATTING

OFF-fases hebben een grote negatieve impact op de kwaliteit van leven van patiënten met de ziekte van Parkinson. Met orale levodopa zijn OFF-fases niet te voorkomen en slechts traag te couperen, met name door de variabele en onvoorspelbare absorptie via deze toedieningsroute. Pulmonale toediening van levodopa leidt tot snellere en betrouwbaardere absorptie, waardoor deze toedieningsroute een veelbelovend alternatief vormt voor het couperen van OFF-fases. Inmiddels zijn de eerste levodopadroogpoederinhalatoren in ontwikkeling of reeds geregistreerd. Daarmee zal op korte termijn duidelijk worden of de belofte van geïnhaleerde levodopa daadwerkelijk wordt ingelost.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(8):377–81)

Lees verder

Medicinale cannabis in de neurologie

TNN - jaargang 122, nummer 7, november 2021

drs. A.A. Gorbenko , prof. dr. G.J. Groeneveld , dr. J.A.A.C. Heuberger

SAMENVATTING

Cannabis wordt al duizenden jaren gebruikt voor therapeutische doeleinden. In de afgelopen decennia heeft wetenschappelijk onderzoek veel opgehelderd over het werkingsmechanisme van cannabinoïden en is medicinale cannabis onderzocht voor een breed scala aan ziektebeelden en indicaties. Dit heeft geleid tot een toegenomen belangstelling voor medicinale cannabis bij zowel clinici als patiënten. Er is een breed scala aan producten op basis van medicinale cannabis beschikbaar gekomen in Nederland. Dit artikel geeft een overzicht van de werkingsmechanismen van cannabinoïden, de beschikbare formuleringen, het bewijs voor toepassing bij neurologische indicaties en de bijwerkingen.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(7):316–26)

Lees verder

Cannabisproducten voor neurologische aandoeningen: blijvend veelbelovend of bewezen effectief?

TNN - jaargang 122, nummer 7, november 2021

dr. J. Killestein

Medicinale cannabis wordt wereldwijd uitgebreid voorgeschreven en gedoogd.1 Ondanks dat de noodzaak voor gedegen wetenschappelijk onderzoek breed wordt gedragen, neemt het gebruik, ook zonder de uitkomsten van dergelijk onderzoek af te wachten, eerder toe dan af.1

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(7):314–5)

Lees verder

De rol van CYP-polymorfisme in de secundaire preventie van een TIA of herseninfarct

TNN - jaargang 122, nummer 6, oktober 2021

drs. G.A. Meelis , dr. I.L.H. Knottnerus , drs. J.B. Masselink

SAMENVATTING

Binnen de geneeskunde heeft de toename in kennis van het menselijk genoom een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontdekking van nieuwe ziektebeelden, diagnostische mogelijkheden en behandelingen. Farmacogenetica is het onderzoeksgebied naar de genetische variatie die de geneesmiddelenrespons en bijwerkingen beïnvloedt. Door deze kennis in de klinische praktijk toe te passen, kan de medicamenteuze behandeling van de patiënt geoptimaliseerd worden. Dit artikel beperkt zich tot de rol van CYP-polymorfismen op de werking van clopidogrel in de secundaire preventie na een TIA of herseninfarct. Deze is voor de dagelijkse praktijk van de neuroloog het meest relevant.

(TIJSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(6):260-5)

Lees verder

Oorzaken en behandeling van spierkrampen

TNN - jaargang 122, nummer 5, september 2021

prof. dr. B.G.M. van Engelen , dr. E. Brusse , drs. J.N. Dijkstra , drs. N. Kruijt , dr. N.C. Voermans

SAMENVATTING

In dit overzichtsartikel worden de etiologie, diagnostiek en (farmacologische) behandelopties van spierkrampen besproken. Spierkrampen hebben meestal een multifactoriële etiologie; ze worden veroorzaakt door een optelsom van endogene en exogene factoren. Hoewel spierkrampen meestal van voorbijgaande aard zijn en niet wijzen op onderliggende pathologie, kunnen ze in enkele gevallen een uiting zijn van een breed scala aan mogelijk ernstige systemische of neuromusculaire aandoeningen. De diagnostiek bij spierkrampen is er op gericht om onderscheid te maken tussen idiopathische spierkrampen of krampen ten gevolge van een onderliggende oorzaak, en bestaat uit anamnese en gericht neurologisch en aanvullend onderzoek. In eerste instantie dienen onderliggende metabole oorzaken te worden behandeld en moet waar mogelijk medicatie die spierkrampen kan veroorzaken worden gesaneerd. De behandeling van spierkrampen bestaat uit niet-medicamenteuze adviezen, waarbij rekken en strekken van de aangedane spier het meest effectief is. Medicamenteuze behandeling van spierkrampen is doorgaans ineffectief; vitamine B-complex en diltiazem zijn de middelen van eerste keuze.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(5):206-14)

Lees verder

“Herhalende t’zamentrekkinge des Spiers”

TNN - jaargang 122, nummer 5, september 2021

dr. C.S.M. Straathof

Editorial bij de bijdrage van Dijkstra et al. getiteld ‘Oorzaken en behandeling van spierkrampen’,
(Tijdschr Neurol Neurochir 2021;122(5):206-14).

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(5):205)

Lees verder

COVID-19 en geneesmiddelinteracties met neurologische medicatie

TNN - jaargang 122, nummer 3, mei 2021

dr. L.L Krens , drs. Z. Jawad

SAMENVATTING

In dit artikel worden de meest gebruikte geneesmiddelen bij COVID-19 besproken en de mogelijke interacties met neurologische geneesmiddelen. Interacties tussen corticosteroïden en carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital en primidon zijn bij COVID-19 klinisch niet relevant, omdat de behandeling bestaat uit een stootkuur waarbij het corticosteroïd zeer hoog wordt gedoseerd. Het grootste deel van de opgenomen COVID-19-patiënten wordt behandeld met antibiotica, zoals bètalactam-antibiotica. Hoge intraveneuze doseringen zijn gecontra-indiceerd bij epilepsie vanwege het verlagen van de convulsiedrempel. Bij behandeling met een laagmoleculairgewichtheparine of een direct oraal anticoagulans bij patiënten die een trombocytenaggregatieremmer gebruiken, moet worden overwogen de trombocytenaggregatieremmer tijdelijk te staken vanwege een verhoogd bloedingsrisico. Tocilizumab remt de verhoogde IL-6-expressie bij COVID-19 en herstelt de door IL-6 gemedieerde downregulatie van CYP-enzymen. Interacties met door CYP-enzym gemetaboliseerde geneesmiddelen zijn daarom klinisch niet relevant. De spiegel van remdesivir kan worden verlaagd door sterke inductoren, zoals carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en primidon. Bij gelijktijdig gebruik is een verminderde werking van remdesivir mogelijk. Gelijktijdig gebruik van voriconazol met carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne of primidon en van posaconazol met carbamazepine of fenytoïne wordt afgeraden. Indien de combinatie toch wordt gegeven, moet worden gelet op klinische verschijnselen van therapiefalen en moeten de spiegels van voriconazol/posaconazol en het anti-epilepticum worden gemonitord.

(TIJDSCHR NEUROL NEUROCHIR 2021;122(3):122-5)

Lees verder
X